Persbericht van 5 oktober 2003:
Eerste examen Certificaat Buiten Rijden in 's Gravenzande


’s-Gravenzande 5 oktober - Manege Noordland in ’s-Gravenzande had onlangs de primeur! 
Voor het eerst werd daar het examen voor het Certificaat Buiten Rijden deel 1 (CBR 1) afgenomen. Samen met deel 2 en 3 vormt dit certificaat het ruiterbewijs nieuwe stijl.

Volgens FNRS-jurylid Joke van Holsteijn een hele verbetering. “Het examen voor het ruiterbewijs was vroeger op één dag en dus een enorme momentopname. Nu krijg je een veel beter inzicht in de rijvaardigheid en theoretische kennis van de kandidaten. Vooral ook omdat tussen de afzonderlijke onderdelen drie maanden moet zitten”. Twaalf deelnemers werden zondag 5 oktober in ’s-Gravenzande aan de tand gevoeld. Hieraan voorafgaand had instructrice Ingrid Tempelman tien lessen speciaal aan het Certificaat Buiten Rijden gewijd. “Een must”, volgens Ingrid, “Je moet de mensen goed voorbereiden. We zijn ook al met CBR 2 bezig geweest in de lessen. De ruiters moeten dan in een niet omheinde ruimte langs een stuk zeil rijden. Zoiets vergt een goede voorbereiding. Bovendien hebben ze al een aantal buitenritten achter de rug als ze voor CBR 1 opgaan”.

Opvallend tijdens het eerste CBR 1 examen was dat er aardig wat mannen deelnamen. “Ik denk dat het behendigheidsgedeelte ze extra aanspreekt”, verklaart Ingrid. Het CBR 1 bestaat uit een theoretisch en een praktisch gedeelte. Tijdens het eerste examen blijken er echte strikvragen tussen te zitten. Toch weten elf van de twaalf deelnemers het met goed gevolg af te leggEen absolute voorwaarde overigens om in het bezit van het eerste certificaat te komen. Daarna volgt de rijvaardigheidstoets. In ’s-Gravenzande wordt vanwege het slechte weer uitgeweken naar de binnenrijbaan. Voor het eerste certificaat is dit toegestaan. Normaal gesproken vindt de toets voor certificaat 1 echter in de buitenrijbaan plaats. De ruiters laten – nadat ze in de stallen door de examinator al aan de tand zijn gevoeld over hun kennis van het exterieur van het paard en het harnachement – zien dat ze zelfstandig kunnen op- en afstijgen, over een goede balans beschikken en ook nog een klein sprongetje kunnen maken. Na afloop mogen elf mensen het CBR 1 in ontvangst nemen.

Bij het tweede Certificaat Buiten Rijden dient een zwaardere vaardigheidsproef afgelegd te worden, die juist niet in een binnen- of buitenrijbaan verreden mag worden. Daarnaast dienen de ruiters voor CBR 2 eveneens meerdere buitenritten gemaakt te hebben onder begeleiding van een instructeur van een FNRS-ruitersportcentrum. Hierbij ligt de nadruk meer op het voorop rijden en wordt de individuele rijkunst zwaarder beoordeeld dan bij CBR 1. Ook bij CBR 2 dient een theorie-examen afgelegd te worden. De opleiding voor het laatste certificaat wordt afgesloten met het examen voor het ruiterbewijs, waarvoor enkele vrijstellingen gelden voor reeds getoonde onderdelen bij de vaardigheidsproeven van CBR 1 en 2.

In aansluiting op het samenwerkingsverband tussen de Stichting Rijvaardigheidsbewijzen Recreatieruiter (SRR), de Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS) en de Federatie van Nederlandse Rijscholen (FNRS) is het binnenkort voor manegeruiters niet meer mogelijk om het ruiterbewijs in één keer te behalen. Daarnaast dienen alle examenlocaties in het bezit te komen van het veiligheidscertificaat dat wordt uitgegeven door Stichting Veilige Paardensport (SVP). De leden van de FNRS hebben reeds twee jaar geleden het besluit genomen om het veiligheidscertificaat verplicht te stellen voor alle leden van de brancheorganisatie. Voor 1 januari 2004 zullen de meeste bedrijven gekeurd zijn voor dit certificaat dat staat voor kwaliteit en veiligheid binnen het ruitersportcentrum.

Instructrice Ingrid Tempelman is erg blij met het resultaat en sowieso met de nieuwe opzet van het ruiterbewijs. “Het voordeel is dat je het ruiterbewijs nu stapsgewijs kan opbouwen. Bovendien werkt deze opzet enorm motiverend voor de mensen. Ze kunnen ergens naar toe werken. En dat is heel leuk”.